Ongeveer een jaar geleden hebben we het 18de-eeuwse
landhuis Kouwenhoven opgegraven. De opgraving heeft niet alleen veel,
maar ook bijzondere vondsten opgeleverd. Een van de vondsten was een houten
blok van circa 85 bij 20 cm, met aan elke zijde één gat. Je zou kunnen denken:
wat is hier nou speciaal aan?
Maar wat blijkt: dit zijn de resten van een houten
pomphuis! En daar hebben we in Amersfoort en omgeving niet eerder een van
teruggevonden.
In de 17de
en 18de eeuw werden pompen uit ronde of vierkant houten balken
vervaardigd door speciale vaklieden: de pompenmakers. Pompen werden gebruikt in
de schepen (verwijderen lekwater), oliemolens, boerderijen en woningen.
Eigenlijk overal waar vloeistoffen vanuit de diepte omhoog moesten worden
gebracht.
De pompenmaker
boorde met een speciale boor een rond gat door het midden, in de lengte
richting van het hout. Hierin werd een ‘zuiger’ geplaatst, waarmee vloeistoffen
omhoog gepompt konden worden. Via één of meerdere gaten in zijkant van het hout
kon de opgepompte vloeistof afwateren.