dinsdag 14 mei 2013
woensdag 1 mei 2013
Archeologische begeleiding Bunschoten
Naar aanleiding van de geplande aanleg van een rotonde op de Amersfoortseweg en de daarbij gepaard gaande bodemverstorende werkzaamheden wordt er door de archeologen van de Gemeente Amersfoort een archeologische begeleiding uitgevoerd. Dit in verband met het mogelijk voorkomen van archeologische resten in de ondergrond. Een eerder aangelegde proefsleuf in het gebied heeft aangetoond dat de bodem onverstoord is gebleven door de eeuwen heen en dus archeologische resten niet uit te sluiten zijn.
Tevens is de Amersfoortseweg van oudsher een verbindingsweg geweest tussen Amersfoort en Bunschoten. Door de werkzaamheden zal deze weg vergraven worden en kan voor het eerst ónder de weg gekeken worden of hier nog overblijfselen te vinden zijn van deze oude weg.
woensdag 24 april 2013
Macroresten in archeologische sporen
Menselijke activiteit en bewoning worden voor archeologen zichtbaar in de vorm van grondsporen of artefacten. Maar de mens laat ook haar sporen na op kleinere schaal, die je zonder microscoop over het hoofd zou zien. Het gaat hier om zaadjes van vruchten, noten en planten die vroeger als voedsel diende voor de mens. Iedere plantensoort kent zijn eigen identieke zaadje; te vergelijken als een soort vingerafdruk. Hierdoor kunnen specifieke soorten makkelijk gedetermineerd worden en kunnen archeologen achterhalen welke planten, vruchten of noten er vroeger werden gegeten. Deze informatie geeft de archeoloog weer net wat meer informatie over het alledaagse leven van mensen uit lang vervlogen tijden.
donderdag 18 april 2013
Bij archeologische opgravingen bestaat een groot deel van de metaalvondsten uit ijzer dat is aangetast door corrosie. De mate en het soort van de aantasting is afhankelijk van de bodemkwaliteit. Voor Amersfoort e.o. is de ervaring dat het ijzer meestal is bedekt met een dikke laag corrosie- en afzettingsprodukten ofwel anders gezegd, zwaar is verroest. Het volume van roest is ca 10 maal groter dan dat van onaangetast ijzer waardoor bijvoorbeeld roestend ijzer in beton scheurvorming van betonconstructies kan veroorzaken. Voor het behoud van een metaalvondst is het belangrijk dat het materiaal wordt gereinigd en geconserveerd. Het reinigen kan met meerdere methoden worden uitgevoerd waarbij we de laatste jaren met de zgn. electrolysemethode goede resultaten hebben geboekt. Bij deze methode bevindt het te reinigen voorwerp zich in een oplossing van caustic soda en is het opgenomen in een gelijkstroomkring. Er vindt ontzouting plaats en er treedt onthechting op tussen het ijzer en de corrosieprodukten die vervolgens d.m.v. (micro) stralen met glasparels aanvullend worden verwijderd. Tenslotte wordt het vondstmateriaal behandeld met een anticorrosie-en oppervlakconserveringsmiddel.
dinsdag 16 april 2013
Hoek Coninckstraat en de Pothstraat: nu tulpen, vroeger huizen
Waar de ondergrondse afvalcontainers in de binnenstad verschijnen, doen de stadsarcheologen in veel gevallen voorafgaand een kort onderzoek. In de binnenstad zijn al veel containers geplaatst en een van de laatste is die op de hoek van de Coninckstraat en de Pothstraat. Nu is het een klein stadstuintje, waar door buurtbewoners tulpen zijn geplant, maar hoe zag deze hoek van twee straten er vroeger uit?

Het archeologisch onderzoek maakt duidelijk dat hier huizen stonden: kleine huizen met een keldertje eronder (zie foto). In de 18e en 19e eeuw was dat zo, maar ook daarvoor was er al bewoning. De stadsarcheologen gaan vandaag nog een stukje dieper de grond in.
donderdag 11 april 2013
Proefsleuven in Bunschoten
Deze week is een proefsleuvenonderzoek gestart in Bunschoten, deze keer in het buitengebied. Hoewel nu niet altijd meer goed zichtbaar, bevinden zich hier dekzandkopjes in de ondergrond, die afgedekt zijn met veen. Sommige van deze kopjes waren in de prehistorie (in drogere tijden) goed bewoonbaar.
Een kijken hoe dat bij deze locatie zit...
maandag 8 april 2013
Bunschoten of Afrika?
Onder het toeziend oog van een aantal emoe's, springbokken en reeën, heeft het Centrum voor Archeologie onlangs een opgraving uitgevoerd.
Graven we tegenwoordig ook in Afrika?
Nee, dit was een klein project in Bunschoten.
dinsdag 2 april 2013
Nieuw in scheplogvitrine: Multifunctionele Kookpot
Dat hergebruik van serviesgoed van alle tijden is, getuige een schilderij van Quiringh Gerritsz. van Brekelenkam.
Op dit schilderij zien we een 'kopster' , koppen zetten, d.w.z. het zetten van glazen bollen op een sneetje in de arm. Dit was in de 17e eeuw een gebruikelijke methode om bloed af te tappen. De glazen bollen werden daartoe in heet water opgewarmd en daarna boven een kaarsvlam luchtledig gemaakt. De 2-oorige (waterdichte) kooppot, zoals er bij opgravingen vele zijn teruggevonden, was zeer geschikt om de 'koppen' in op te warmen.
'Zo loopt men dan om raet, by duyvels jaeghsters maet, te koppen, En laet in 't bloet dan kijcken, Of hare minnaer weer sal komen, of mijn Heer gaet strijcken', zegt een 17e eeuws dichter.
donderdag 28 maart 2013
Grafheuvels krijgen opknapbeurt.
Amersfoort en de omliggende gemeenten, met name die op en rond de Utrechtse Heuvelrug, worden gekenmerkt door een bijzonder soort archeologische monumenten: prehistorische grafheuvels. Zo ook de gemeente Soest, waar een stuk of 12 van deze heuvels bekend zijn. De oudste grafheuvels in Soest dateren vermoedelijk uit de Late- Steentijd (het Laat-Neolithicum, ca. 2900-2000 voor Chr.) De meestal met een greppel omgeven heuvels werden opgeworpen over het lichaam van een overledene, vergezeld van wapens of werktuigen en een rijk versierde aardewerken beker met daarin voedsel of drank en sieraden. In de loop der eeuwen veranderde het begravingsritueel. Het begraven (inhumeren) werd ongeveer 3800 jaar geleden vervangen door het verbranden van het lichaam(cremeren). De verbrande resten werken in een urn (of een doek) gedaan waarna er een heuvel overheen werd geworpen, of de urn werd in een reeds bestaande grafheuvel bijgezet. Deze werd hiervoor verder opgehoogd en (wellicht) van een nieuwe 'omheining' voorzien.
Net als in de rest van Nederland zijn de meeste grafheuvels in Soest niet zo hoog. Ze steken vaak minder dan een meter boven het maaiveld uit. In een natuurlijke omgeving, zoals een bosgebied, vallen ze nauwelijks op. Zeker niet als ze begroeid zijn. Ook voor de eigenaar, de gebruikers en de bezoekers van het terrein zijn ze vaak moeilijk herkenbaar. Dat is een van de redenen waarom grafheuvels soms onbedoeld worden beschadigd. Bijvoorbeeld bij werkzaamheden met zware machines, door gebruik als fiets-, cross- of ruiterpad of doordat kinderen er kuilen in graven voor een hut. Andere, meer natuurlijke schadeoorzaken zijn windworp (bomen die met kluit en al omwaaien) en ingravingen door konijnen en vossen.
Enkele grafheuvels in de bossen van Soest waren in zo'n slechte staat, dat de gemeente Soest heeft besloten om ze een opknapbeurt te geven. Omdat het Centrum voor Archeologie samenwerkt met de gemeente Soest, hebben wij een deel van deze werkzaamheden voor onze rekening genomen. Afgelopen winter zijn enkele medewerkers van het CAR, samen met de boswachter van Soest bezig geweest met diverse werkzaamheden aan acht heuvels. De bomen op de heuvels zijn gerooid, zodat ze geen schade meer kunnen aanbrengen aan de grafheuvel. Jonge aanwas en sprokkelhout is verwijderd en konijnenholen en andere gaten zijn met aarde opgevuld. Hierdoor zijn de heuvels flink opgeknapt zoals op de foto's is te zien.
Door de opknapbeurt zijn de grafheuvels voorlopig beter beschermd tegen de tand des tijds. Ze zijn nu ook duidelijker herkenbaar in het bos, waardoor meer mensen van deze bijzondere overblijfselen uit het verre verleden kunnen genieten.
dinsdag 26 maart 2013
missende hoektand









