LICHT IN DE DUISTERNIS
De dagen worden steeds korter, dus we doen sneller de lampen thuis aan. Dit deed ons denken aan een vondst: een olielampje. Want hoe verlichtten mensen hun huizen vroeger?
Tijdens de opgraving aan de Breestraat in 1984 is een olielampje uit de periode 1500-1750 gevonden. Samen met kaarsen en haardvuren, was dit voor een lange tijd dé bron van verlichting binnenshuis.
De olielampjes werden meegenomen door de Romeinen naar Nederland. Deze werden gevuld met olijfolie. Na de val van het Romeinse Rijk verdwenen de olielampjes als lichtbron. De olijfolie moest geïmporteerd worden en de lijnzaadolie die hier gemaakt werd, was te duur en minder goed bruikbaar als brandstof. Kaarsen werden de norm. Pas gedurende de 12e/13e eeuw zullen de lampjes terugkeren. Men vulde deze met vet, raap- en toch ook lijnzaadolie. Vanaf de 14e eeuw nam het gebruik sterk toe.
Olielampjes met 1 oor, zoals dit olielampje, waren bedoeld als wandlampje. Het onderste bakje was aan de achterkant afgeplat. Het oor hing aan een spijker en de afgeplatte achterkant tegen de muur. Deze vorm is typisch voor de periode van 1500-1750. Bij alle soorten olielampjes deden vodden dienst als lont.
Meer weten of het olielampje in het echt bekijken? Kom langs op de open middagen! We zijn open op woensdag- en vrijdagmiddagen tussen 14:00u en 16:30u.
